Historie YMCA

Geschiedenis YMCA Wassenaar     artikel De Wassenaarder 4 juli 2007 YMCA 150 jaar

krantenartikelen
1919 t/m 1927 (28 stuks)
1928 t/m 1937 (30 stuks)
1938 t/m 1948 (25 stuks)
1950 t/m 1952 (25 stuks)
1954 t/m 1957 (24 stuks)
1958 t/m 1959 (29 stuks)
1960 t/m 1978 (28 stuks)
1979 t/m 1985 (29 stuks)
documenten
Oprichtingsnotulen 30 aug. 1857
Akte van schenking Duinrellweg 1
Statuten CJMV
Jubileumbrief 75-jarig bestaan
Lidmaatschapskaart hr. Roeleveld
Ledenlijst CJV Wandelgroep
clubbladen
okt. 1948 contact
okt. 1948 op de brug
nov. 1948 contact
dec. 1948 contact
jan. 1949 contact
jan. 1949 op de brug
febr. 1949 op de brug
maart 1950 op de brug
febr. 1951 symphonie
1951 symphonie
1958 clubblad nr. 2
1958 clubblad nr. 6
1978 clubblad
kerkbladen
9 juni 1951
21 juli 1951
28 juli 1951
4 aug. 1951
11 aug. 1951
18 aug. 1951
25 aug. 1951
8 sept. 1951

Enkele ‘ mannenbroeders’ stichtten op 30 augustus 1857 de Christelijke Jongemannen Vereniging, met de zinspreuk “Dient den Heere met blijdschap” (oprichtingsnotulen). Het doel was op de eerste plaats “te arbeiden aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods onder de jonge mannen”. Daarbij werd een minimumleeftijd van 16 jaar aangehouden. De Wassenaarse CJMV was een van de eerste plaatselijke afdelingen na de oprichting van de Nederlandse CJMV in 1852. Sterker, naar alle waarschijnlijkheid is de Wassenaarse afdeling de oudste plaatselijke nog levende YMCA in Nederland en aangezien de Nederlandse YMCA de oudste jongerenorganisatie is in Nederland, kan geconcludeerd worden dat YMCA Wassenaar de oudste plaatselijke jongerenorganisatie is in Nederland. Een wel zeer bijzonder feit.

Tijdens de openingsavond op 30 augustus 1857 werd door ds. L.J. van Rhijn (van 1856 tot 1878 predikant van de hervormde gemeente), een groot vriend van Groen van Prinsterer, onze Wassenaarse CJMV opgericht. Hierbij werd de volgende psalm gelezen: “Des Heren vrees is rein; Zij opent een fontein van heil, dat nooit vergaat”. Men gaat over tot het zingen van ps. 19 vs. 5, en volgt een gebed om deze nieuwe jongelingsvereniging aan te bevelen aan de getrouwe leiding en zorg van onzen Heer. Hr. Blewanus wordt gekozen als president, Willem de Bode tot secretaris en Frans Dikshoorn tot penningmeester. Ten slotte worden Pieter van den Berg en Arie de Bode aangesteld als twee medebestuurders. Voor het eerst komen 37 jonge mannen samen om zich te bezinnen op hun geloof en het woord van God. Steeds zondags ten zes uren kwam het eerste groepje leden bijeen, en werden de activiteiten in een notulenboek opgetekend. Bij lezing blijkt, dat de bijeenkomsten een zeer regelmatig karakter hadden. Onder leiding van mannen als Antoon de Bode, meester Fischer, Korbee, Henkes en anderen werd er gelezen, gezongen en gediscussieerd. Veel aandacht ging uit naar de Vaderlandse Geschiedenis, in het bijzonder naar de strijd tegen de roomse Spaanse bezetter in de 80-jarige oorlog. Menigmaal werd het Vrijheidslied gezongen. Op 22 juni 1862 houdt iemand een voordracht over “Grootmoedigheid van een Surinaamse slavenjongen”. Bij het eerste lustrum is er al een bibliotheekje (de eerste in Wassenaar) en overhandigt de vermogende Van der Oudermeulen aan de vereniging een aantal “zeer schone boeken”. Het is ook in die zomer, dat men besluit “tijdens de dorpskermis niet één maal maar driemaal vereniging te houden”. In 1865 viert men de herdenking van de Slag bij Waterloo (1815) onder het mom van “Neerland heil”.

Opmerkelijk is, dat aan de leden hoge eisen werden gesteld. Het kwam nogal eens voor dat iemand werd geroyeerd wegens herhaald verzuim. Bovendien kreeg iedereen regelmatig een opdracht mee naar huis ten behoeve van de volgende bijeenkomst. De toelating stond in beginsel open voor elk gelovig jong Wassenaarder, maar ook hier werd zorgvuldig gehandeld. Sommigen deden herhaaldelijk maar vergeefs een poging om ingeschreven te worden. In 1880 ondergaat het protestantse vormingswerk een belangrijke uitbreiding. De zojuist aangestelde dominee Bartstra geeft de aanzet tot de eerste christelijke school in Wassenaar, in het lokaal van de Christelijke Jongerenvereniging.

In de eerste tientallen jaren van haar bestaan hield de CJMV zich op de wekelijkse samenkomsten hoofdzakelijk bezig met bijbelbesprekingen. Onder ds. J.G. Klomp, die zich hier in 1892 vestigde en het voorzitterschap uitoefende, werd de doelstelling van de CJV verruimd tot “het bevorderen van de zedelijke, godsdienstige, verstandelijke, maatschappelijke en lichamelijke ontwikkeling der leden”. En zo begonnen de jongelieden, die in 1899 lid waren, met het voordragen van gedichten, waarop dan kritiek mocht worden geleverd. De samenkomsten vonden plaats in de Schoolstraat. Er kwam een knapenvereniging tot stand die feitelijk thans nog voortleeft.

In 1904 werd tot voorzitter benoemd de heer L. Klarenberg. Die ruim een halve eeuw lang tot zijn dood in 1956 de plaatselijke CJMV een warm hart is blijven toedragen. De heer Klarenberg voerde de koerswijziging wat radicaler door dan zijn voorganger. Er kwamen twee zondagsscholen tot stand. Ook komen we namen tegen als Krispijn, Barneveld, Nell en Van Duijkeren.

Op 27 juli 1909 heeft Julia Ewouda gravin van Randwijck, weduwe (douairière) van C.J. van der Oudermeulen, bij de notaris een akte opgesteld namens haar overleden man, waarbij het pand Duinrellweg 1 werd geschonken aan de gemeente Wassenaar, waarbij bepaald werd dat de gemeente Wassenaar te allen tijde zal moeten toelaten dat het gebouw wordt gebruikt door de Christelijke Jongelingsvereeniging (nu YMCA).

Met een bijl werden een paar Friese turven in stukjes gehakt in een hokje achter het eigenlijke gebouw, waarna er een flinke hoeveelheid petroleum overheen werd gegoten. Tevens werd de petroleum gebruikt voor de verlichting der beide lampen. Zo werd de verwarming in het ongezellige en ijskoude lokaal ontstoken. De inventaris bestond uit een paar kale tafels op schragen. Zo ging het er althans ’s winters aan toe voordat de vergadering van de CJMV in het gebouw geopend werd. De stoffering van het gebouw bestond uit kale houten vloeren, gordijnen voor de ramen ontbraken, alles even ongezellig. De wandversiering bestond uit een portret van de heer F. van der Oudermeulen, een tekening van de Reijerlaan met “Pietje met haar boodschappenmand”, voorts een ingelijste foto met een groep leden van 25 jaar geleden. Het bijzondere is dat eerdergenoemd portret na bijna een eeuw nog steeds boven de schouw van Duinrellweg 1 (inmiddels Shalom) hangt en het enige is wat nog herinnerd aan deze tijd. Door het gewelfde plafond was het gebouw zeer moeilijk te verwarmen. Hier was ook destijds de enige bibliotheek van Wassenaar, beheerd door de CJMV. De boeken, bewaard in grote kasten, toonden toch wel de nodige sporen van vocht. Later verhuisde de bibliotheek naar het Dorpscentrum. Toen boeken lenen ook mogelijk was bij boekhandel Kraan en bij de Nutsspaarbank is men met het uitlenen van boeken opgehouden.

In 1910 werd besloten om ook meisjes en jonge knapen in verenigingsverband onder te brengen. De meisjes onder de naam ‘Hoop der toekomst’, en de jongens onder de naam ‘Het mosterdzaadje’.

In 1912 is de CJMV verhuisd naar het gebouw van Christelijke Belangen in de Schoolstraat. Na 1912 werd het gebouw Duinrellweg 1 ingericht als politiebureau. Het vorige politiebureau was gevestigd naast de kerk. Wanneer je het hek van de kerk binnenkomt, heb je na het hek rechtsaf een pleintje met waterput. Rechts daarvan is een klein gebouwtje dat diende als politiebureau. De cel, waar dronken lieden hun roes konden uitslapen, is nog aanwezig. In die tijd is het gebouw Duinrellweg 1 ook gebruikt als tijdelijke opslag voor granaten die aanspoelden vanwege de oorlogshandelingen 1914-1918. In de jaren ’30 is het gebouw Duinrellweg 1 gebruikt als lijkenhuisje. Er werden daar lijkkisten bewaard die nodig waren om aangespoelde lijken tijdelijk te bewaren en ze werden dan gebracht naar dit gebouwtje. Daar zal de lijkschouwing ook plaats hebben gehad. Het gebouw Duinrellweg 1 is ook een paar jaar gebruikt als noodwoning. De familie Edelaar heeft daar gewoond. In de tuin stond een grote boom en er was voor de kinderen een zandbak. Er was buiten een provisorisch toilet. In 1930 is het gebouw in gebruik genomen door de St. Vincentius Vereniging en werd er het ‘Brokkenhuis’ gevestigd. In die tijd deed het gebouw dienst als opslag van goederen en konden mensen tegen een geringe vergoeding diverse huishoudelijke artikelen, tweedehands meubels en kleding kopen. Deze artikelen werden door diverse welgestelde mensen, die aan vernieuwing van hun interieur of kleding toe waren, aan het brokkenhuis geschonken.

Veel vernieuwingen en verbeteringen in het programma van de CJMV werden aangebracht onder leiding van de heer Te Winkel, hoofd van de christelijke uloschool. Er werden conversatieavonden belegd en er kwam gelegenheid tot sjoelen en dammen. Er werd een  mondharmonicaclub opgericht, die enkele jaren later zelfstandig is geworden onder de naam ‘accordeonvereniging DVS’.

In 1942 is Shalom ingericht als distributielokaal. Het vorige distributiegebouw (Kerkstraat 75) werd gevorderd door de Wehrmacht. Het gebouw werd toen beschreven als zeer oud en ten dele bouwvallig. De inrichtingskosten bedroegen rond de f 3.900,-. In de oorlog was de vereniging door de bezettende macht verboden. Er werden toen vergaderingen gehouden in het huis van de toenmalige voorzitter, de heer B. Roeleveld (onderwijzer Herenwegschool).

Voor de Tweede Wereldoorlog en een tiental jaren hierna had de CJMV een actieve toneelgroep. Deze vereniging had jaarlijks een uitvoering die druk bezocht werd. Deze uitvoeringen vonden plaats in het Dorpscentrum en in bioscoop Asta. Later is deze groep gefuseerd met ‘Dialoog’.

Het gescheiden optrekken der seksen kon na de bevrijding in 1945 niet meer worden volgehouden, zodat door de vasthoudendheid van Roeleveld en mevrouw Filius de gemengde CJV Jong Wassenaar tot stand kwam. Het was de tijd van avondvullende dansfestijnen, die eindigden als de dominee het licht uitdraaide. Inmiddels was het christelijk volksdeel in Wassenaar verrijkt met een aantal Scheveningers, waaronder Teun Roeleveld.

Ongeveer op zijn tiende jaar (1930) werd Teun Roeleveld lid van de Knapenvereniging in Scheveningen (het CJV-gebouw in de Keizerstraat). Op 20 juni 1939 werd Teun lid in Wassenaar, waar hij vele functies heeft gehad. Oprichter en leider van de Christelijke Jongensclub Jong Wassenaar, penningmeester van de toneelgroep, organisator van vele wandeltochten met de wandelgroep en hierbij voorzitter en secretaris van de Wandelsportvereniging. Eigenlijk pas eind 2006 kwam een einde aan zijn langdurige ‘loopbaan’ bij de YMCA, nadat in 2007 de stichting Wandelsport Wassenaar werd opgeheven, waar hij op 87-jarige leeftijd nog voorzitter van was. Teun Roeleveld is dus 77 jaar actief geweest binnen de YMCA en lid tot aan zijn dood in 2012. Hoogstwaarschijnlijk een uniek gegeven.

Na de oorlog vanaf 1947 werd in samenwerking met de CJMV’s in Den Haag en omstreken veel gedaan aan vluchtelingenwerk. Kinderen afkomstig uit de kampen, waar zij tijdens de wereldoorlog hadden verbleven, werden opgevangen en er werd voor hen vakanties georganiseerd van ongeveer zes weken, die zij konden doorbrengen bij pleegouders in de regio. Ongeveer 400 kinderen kwamen dan met de trein aan en werden bijv. in de Houtrusthallen opgevangen en daar weer opgehaald door de pleegouders. De kinderen hadden bij de pleeggezinnen vaak een hele fijne tijd.

In 1948 stond het gebouwtje Duinrellweg 1 weer leeg. In datzelfde jaar heeft de CJMV de gemeente Wassenaar geschreven, dat zij weer gebruik zou willen maken van het gebouw en is er een nieuw besluit genomen voor de ingebruikstelling. Nadat het distributiekantoor het pand had verlaten, werd de toestand van het gebouwtje beschreven als “verkerende in zeer verwaarloosde toestand”, zowel het interieur als het exterieur. De kosten voor herstel werden op dat moment geraamd op f 4.900,-. De CJMV wilde het gebouwtje weer gaarne inrichten als verenigingsgebouw maar beschikte niet over de financiële middelen. Zij heeft toen een verzoek aan de raad gericht voor een subsidie van f 2.500,-. Bij de behandeling van dit verzoek en in het voorstel van B&W is de verjaring van het gebruiksrecht ter sprake gekomen. Gedurende 1912-1948 had de CJMV geen gebruik gemaakt van het gebouw, dus meer dan 30 jaar. De maximale tijd waarin beroep kan worden gedaan op gewoonterecht was dus overschreden. Er zijn twee raadsvergaderingen aan deze kwestie gewijd (4 en 24 oktober 1950). Voor de vereniging memorabele vergaderingen en mijlpalen in de geschiedenis. Het besluit is toen genomen dat de oorlogsjaren (1940-1945) en de jaren daarna (1945-1948) toen het gebouwtje als distributiecentrum dienst deed, niet meegerekend zouden worden. Het gebruiksrecht werd dus tot grote vreugde van de vereniging hersteld. Het verzoek om subsidie werd echter afgewezen met 8 tegen 7 stemmen. De heer Oosterling, mederaadslid, heeft zich zeer ingespannen om de subsidie te verlenen en was ervan overtuigd dat het ingewilligd zou worden. Hij had acht bondgenoten die voor zouden stemmen, maar op het allerlaatste moment stemde de heer Hazenberg tegen, wat niemand ooit heeft begrepen. Eindelijk had de CJMV haar gebouw Duinrellweg 1 weer terug. Echter, de vereniging was een bouwval rijker en had geen financiële middelen voor de hoognodige restauratie. Direct werd echter begonnen met acties om de benodigde gelden bij elkaar te krijgen. In 1951 stond het gebouwtje nog steeds leeg en is toen tijdelijk in gebruik genomen door de brandweer, als brandweermuseum. In 1954 werd er een bedrag beschikbaar gesteld van f 2.000,- voor het opknappen van het gebouw tot een noodwoning. In 1957 heeft de CJMV de gemeente Wassenaar toestemming verleend om het gebouwtje tijdelijk te laten bewonen door de familie Vollebregt. Toen een gezin met vier kinderen. De heer Vollebregt startte op het perceel een planten- en bloemenhandel. Tot op de dag van vandaag wordt de omliggende grond behorende bij het gebouw hiervoor gebruikt. Inmiddels zet de zoon van de heer Vollebregt (Louis) de bloemenhandel met veel succes voort.

In 1960 wilde de CJMV het gebouwtje weer betrekken en kreeg het weer geheel tot haar beschikking. Er begon een grote verbouwing en inrichting als verenigingsgebouw. De verbouwing is alleen mogelijk geweest door het vele werk dat door de leden verricht is en de geweldige medewerking van de Wassenaarse middenstand. Enkele namen van de medewerkende firma’s: Van Keppel, Theil, Stijnis, Van den Dool en vele anderen. Er werd een keuken aangebouwd, een behoorlijk toilet geïnstalleerd en verlichting aangebracht. De eerste drie dagen van de week zou het gebouw beschikbaar zijn voor de CJV (Christelijk Jongeren Verbond, in 1958 ontstaan uit het Christelijk Jonge Mannen Verbond en de Christelijke Jonge Vrouwen Federatie) en daarna voor het hervormd jeugdwerk.
In de zomer van 1961 zijn er bijeenkomsten geweest van jongeren vanuit de Dorpskerk en van de wijkgemeente Den Deyl in een soort jeugdhonk aan de Van der Doeslaan in Rijksdorp. Tijdens deze bijeenkomst is een prijsvraag uitgeschreven voor het vinden van een goede naam voor het CJV-gebouw, waar vanaf oktober 1961 ook de jeugdkerk gehouden zou gaan worden. Uiteindelijk is ‘Shalom’ gekozen als naam voor ons clubhuis, wat door mevr. De Wit is aangedragen.
Op 1 oktober 1961, ‘s morgens om 10 uur werd de eerste jeugdkerk gehouden. Het hervormd jeugdwerk heeft nog heel lang op zondag gebruik gemaakt van het clubgebouw (tot midden jaren ’80 van de vorige eeuw). Regelmatige voorgangers in de diensten van de jeugdkerk waren de heer Roeleveld, de heer Beenen, mevrouw Ridderhof en mevrouw Haase. In de loop der jaren zijn nog vele andere werkzaamheden verricht. Zoals een verlaagd plafond, een nieuwe bar, een behoorlijke schuur met opbergkasten, een nieuwe vloer en centrale verwarming.

In de jaren ’70 was het CJV een bloeiende vereniging met veel activiteiten. Elke avond clubwerk in het gebouwtje. Knutselclubs, een timmerclub, een elektronicaclub en een volksdansclub. Daarbij was de wandelgroep een bekend fenomeen in Wassenaar. Op zijn hoogtepunt kende de wandelgroep ruim 60 leden en elke maand was er een wandeltocht ergens in Nederland. Daarbij was het jaarlijks hoogtepunt de uitgaansdagen in het voorjaar naar een dierentuin of attractiepark in Nederland.

Op 29 augustus 1985 werd het CJV een stichting.

Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 kende het jeugdwerk binnen het CJV een teruggang. De wandelgroep werd opgeheven wegens het sterk teruglopende aantal leden en er waren slechts enkele clubs actief. Door de inzet van enkele actieve medewerkers zijn de activiteiten in deze magere jaren doorgezet. Begin jaren ’90 werden de activiteiten van het CJV weer uitgebreider en het leidingkorps groeide weer.

In 1998 stond het CJV weer voor een nieuwe uitdaging. Na inspectie door Monumentenzorg bleek dat o.a. de dakspanten in zeer slechte staat waren. Rot, houtworm en de boktor hadden in de loop der eeuwen een ware ravage aangericht. De opleggingen van de spanten aan de muurplaten aan de achter- en voorzijde waren werkelijk helemaal verdwenen. Het was een wonder dat het dak nog aanwezig was en menige storm had overleefd. Een gigantische operatie stond het CJV te wachten. Aangezien het CJV zelf moet zorgen voor onderhoud van het gebouw moest zij zelf de financiële middelen verzorgen. Vele brieven met verzoeken tot donatie zijn verzonden. Gelukkig had het CJV zelf enkele handige vrijwilligers die veel werk konden verrichten. Enkele gepensioneerde mannen (o.a. de heer Mol en de heer Van Steen) hebben gedurende een half jaar (van januari tot mei 1998) elke dag de mouwen opgestroopt en heel veel werkt verricht. De werkzame vrijwilligers waren vaak in de avonduren en gedurende de weekenden actief. Echter, om de spanten te repareren waren vakmensen nodig. De firma Van Veen (Doeland/Kluswijs) heeft enorm veel werk verzet en financieel af en toe de portemonnee dichtgehouden. Daarbij hebben zij kwalitatief heel goed werk verricht, zodat de vrijwilligers de overige werkzaamheden op zich konden nemen. De keuken werd compleet opnieuw ingericht, het toilet verbouwd, het verlaagd plafond verwijderd en vervangen door een schitterend koepelplafond, de wanden voorzien van gipsplaten, alle deuren vervangen en de vloer voorzien van een nieuwe bedekking. Ten slotte werd alles in de verf gezet. In mei 1998 konden de kinderen eindelijk hun activiteiten in het clubgebouw weer voortzetten en was het CJV een schitterend pand rijker. Een echt paleisje.

De jaren daarna werden alle buitengevels nog gerepareerd en voorzien van een nieuwe stuclaag, de dakgoten van een nieuwe zinklaag voorzien en alles in de verf gezet.

Op 30 september 2004 werd de laatste naamswijziging doorgevoerd en werd de naam CJV veranderd in de mondiale naam YMCA.

In 2009 werd het inmiddels vervallen achterplaatsje helemaal opgeknapt. Een nieuwe verharding van gebakken straatklinkers, een bangkirai houten schutting en een bangkirai houten opberghok.

Een apart hoofdstuk is het kampwerk waarin de YMCA Wassenaar veel bekendheid geniet in Wassenaar. Al voor de Tweede Wereldoorlog werden er kampen georganiseerd in o.a. Leusden. Na de oorlog werd o.a. gebruik gemaakt van het kampterrein in Maarsbergen en konden enkele leden jaarlijks mee met het kamp in Apeldoorn van CJV Schilderskwartier. Vanaf 1977 begon het kampwerk pas echt goed te draaien. Vanaf dat jaar tot aan 2004 kon het CJV gebruik maken van het schitterende kampterrein Emma’s Oord op het koninklijk landgoed Het Loo in Apeldoorn. Van 2005 t/m 2016 is er met veel succes gebruik gemaakt van het kampterrein in Harfsen van YMCA Zutphen-Warnsveld. Momenteel zit ons jaarlijks kamp op een heel mooi kampterrein in Nunspeet van de plaatselijke scouting.